Graan
De eerste percelen met wintergranen zijn ingezaaid. Onkruidbestrijding in het najaar heeft een toegevoegde waarde. In wintergerst is het vrijwel standaard om onkruid te bestrijden. Dit komt omdat bestrijding van onkruiden in het vroege voorjaar lastiger is, maar ook in wintertarwe heeft het voordelen. Bespuitingen in het voorjaar met lage temperaturen, kunnen voor een remming van de groei zorgen. Uit proeven is ook gebleken dat een najaarsbespuiting een opbrengstverhoging kan geven. Een ander bijkomend voordeel is dat wortelonkruiden in het voorjaar minder geremd worden en dus beter kunnen worden bestreden. Bodemherbicide kunnen ingezet worden vanaf 2-3 blad stadium van de wintergranen. Bij hoge druk kamille kan bij de Herold nog AZ 500 toegevoegd worden.

0,6 ltr Herold + Grounded (100 ml per 100 ltr water)

Grounded, is een bodemhecter die bij nattere omstandigheden voorkomt dat de bodemherbicide verder inspoelt en zo bij de wortels van de wintergranen terecht komt en groeiremming kan veroorzaken. Bij deze omstandigheden is grounded niet nodig:

  • > 10% organische stof (bodemherbicide worden al te goed gebonden door organische stof)
  • > 50% afslibbaar (bodemherbicide worden te goed gebonden aan kleideeltjes.

Luizen
In vroeg gezaaide tarwe is de kans aanwezig dat in het najaar nog luizen gevonden worden. Deze kunnen het gerst vergelingsziekte overdragen wat kan lijden tot opbrengst reductie. Als er een onkruidbestrijding uitgevoerd wordt is het advies om de tarwe goed te controleren en indien nodig pyrethroide aan de onkruidbestrijding toe te voegen.

Slakken in granen en graszaad
Het blijft ieder jaar opletten met slakken, in verschillende gebieden blijft de slakken druk erg hoog. Heb je afgelopen jaren schade van slakken ondervonden is het verstandig om slakkenkorrels bij zaai toe te voegen, dit voorkomt schade tijdens opkomst. Zelf controleren op slakken kan door een natte jutte zak op het veld te leggen en kijken of er de volgende dag onder zitten.

7 kg sluxx

Aardappelen
Kiemremming

Bij het bewaren van aardappels vraagt kiemremming de nodige aandacht. Wanneer aardappels in de bewaring spruiten gaan vormen, gaat de kwaliteit achteruit en ontstaat er gewichtsverlies. Ook zijn de aardappels meer vatbaar voor ziekten als fusarium en zilverschurft. Door een kiemremmingsmiddel toe te dienen, kunt u een partij langer kiemvrij bewaren. Bij het toedienen van een kiemremmingsmiddel, kunt u kiezen voor een behandeling bij het inschuren of een behandeling tijdens het bewaren. Indien er gebruik is gemaakt van een groeiregulatie met Mh kan de bewaarstrategie hierop worden aangepast. Belangrijk is dat de knol de Mh goed heeft opgenomen. Doordat er Mh is toegepast kan er een lagere dosering kiemremmers worden toegepast tijdens het bewaren.

Kiemremmers bij inschuren
Bij het toedienen van kiemremmer tijdens het inschuren, moet u er rekening mee houden dat deze behandeling niet op alle rassen kan worden toegepast. Bij sommige rassen kan schilbrand ontstaan wanneer chloorprofam direct bij het inschuren wordt toegediend. Op deze rassen is het advies om pas na de wondhelingsperiode een kiemremmingsmiddel toe te dienen door middel van een ruimtebehandeling. Weet u niet zeker of uw ras gevoelig is voor schilbrand? Neem dan contact op met uw afnemer.

Voor een inschuurbehandeling zijn twee middelen beschikbaar. Gro-Stop Ready is een middel dat direct op de aardappels kan worden toegepast. Dit middel heeft een stabiele formulering en zakt niet uit in de bus. Bij Tuberprop Basic moet water worden toegevoegd voor de toepassing. Bij Tuberprop Basic moeten twee delen water worden toegevoegd per deel Tuberprop. Het voordeel van Tuberprop Basic is dat dit middel een minder vettige aanslag geeft op de apparatuur. Advies:

Gro-Stop Ready 150 ml/ton of
Tuberprop Basic 60 ml/ton (+120 ml water/ton)

Bovenstaande doseringen gelden voor een kiemremming bij een langere bewaarperiode. Bij Gro-Stop Ready geldt bij 150 ml/ton een veiligheidstermijn van twee maanden. Wanneer de lengte van de bewaarperiode van tevoren nog niet bekend is, kunt u er ook voor kiezen om Gro-Stop Ready toe te dienen in een dosering van 75 ml/ton. Bij deze lagere dosering geldt geen veiligheidstermijn. Wanneer u de lagere dosering heeft gebruikt en toch langer wilt bewaren, dan kan de basisbehandeling aangevuld worden met een ruimtebehandeling. Voor Tuberprop Basic geldt een veiligheidstermijn van 24 uur.

Kiemremming na inschuren/ruimtebehandeling na wondheling
Wanneer u geen kiemremmers toepast bij het inschuren, kunt u het beste 2 − 3 weken na het inschuren beginnen met een ruimtebehandeling. Door de partij even de tijd te geven, kunnen de knollen tijdens de wondhelingsperiode voldoende drogen en afharden. Hierdoor kan de ruimtebehandeling worden uitgevoerd op een droog product. Houd er wel rekening mee dat de middelen bij een ruimtebehandeling, net als de middelen bij een basisbehandeling, preventief werken. Wanneer de spruiten al op de knollen zijn gevormd, is de behandeling veel minder effectief. Ook is de kans op inwendige kiemen (binnenschot) groot wanneer kiemremmer wordt toegepast op een partij waarop zich spruiten gevormd hebben.
Behandelingen met chloorprofam:
Voor het foggen en gassen kunt u de volgende producten gebruiken:

  •  Kiemremmer Tuberprop HN (300 gr chloorprofam/ltr)

Naast het foggen kunt u ook koud vernevelen. Hiervoor kunt u de volgende producten gebruiken:

  • Kiemremmer Tuberprop Ultra (300 gr chloorprofam/ltr)
  • Kiemremmer Tuberprop Ultra 600 (600 gr chloorprofam/ltr)

Behandelingen met 1,4 Sight:
Een alternatief voor het behandelen met chloorprofam is het gebruiken van 1,4 sight. Dit middel is gebaseerd op een stof die van nature voorkomt in de aardappel en zorgt voor de kiemrust. Als u een nieuwe bewaring heeft die vrij moet blijven van chloorprofam is dit een goed alternatief. Voor een passend advies over het behandelen met 1,4 Sight kunt u het beste contact op nemen met uw teeltadviseur.

Enkele aandachtspunten voor het gassen:

  • De behandeling met kiemremmers kan zowel door middel van gassen (warmverneveling), als door koudverneveling.
  • De dosering van het middel bij het gassen is afhankelijk van de verwachte bewaarduur van de aardappels en het aantal toepassingen.

Houd tijdens het gassen de bewaring zo goed mogelijk gesloten, om zo de hoogste effectiviteit van het middel te bereiken.